Dartspellen voor in het café
Zes dartspellen voor een groep in het café: van Rondje van de klok tot Killer, met uitleg waarom ze ook werken als de niveaus ver uit elkaar liggen.
Een spelvorm die de beste speler laat winnen, is voor een groep de verkeerde spelvorm.
Met twee man is 501 het mooiste spel dat er is. Met acht man is het een wachtspel: je gooit drie pijlen en daarna sta je zeven beurten stil. Voor een groep aan de bar bestaan er betere vormen, die sneller rouleren en waarbij iemand die nooit gooit ook een keer wint. Hieronder zes vormen die in een zaal bewezen werken.
Rondje van de klok
De eenvoudigste vorm en meteen de beste oefening. Je gooit achtereenvolgens op 1, 2, 3 en zo verder tot 20, en pas als je een getal hebt geraakt mag je door naar het volgende. Wie het eerst bij de 20 is, wint. Iedereen begrijpt het binnen tien seconden, het beloont nauwkeurigheid boven kracht, en het is de snelste manier om te leren waar de nummers op het bord staan.
Cricket
Alleen de getallen 15 tot en met 20 en de bull tellen. Je moet elk getal drie keer raken om het te sluiten, waarbij een dubbel voor twee telt en een triple voor drie. Zodra jij een getal hebt gesloten en je tegenstander niet, levert elke verdere treffer op dat getal punten op. Het is tactischer dan 501 en straft wie alleen op de twintig gooit.
- Rondje van de klok: 1 tot en met 20 op volgorde, snelste wint, ideaal voor beginners.
- Cricket: alleen 15 tot en met 20 en de bull, drie treffers om te sluiten, tactisch spel.
- Killer: iedereen krijgt een eigen getal, drie levens, en je schiet elkaar eruit.
- Halfje: vaste opdrachten per ronde, wie mist verliest de helft van zijn score.
- Shanghai: per ronde één getal, enkel plus dubbel plus triple in één beurt wint direct.
- Rondje van de tafel: iedereen één pijl, hoogste score blijft staan, laagste valt af.

Killer, het spel voor gemengde niveaus
Killer is de vorm die in een zaal het beste werkt bij grote niveauverschillen. Iedereen krijgt een eigen getal toegewezen, meestal door met de verkeerde hand te gooien. Eerst moet je de dubbel van je eigen getal raken om killer te worden; daarna mag je de dubbels van anderen raken om hun levens af te nemen. Wie geen levens meer heeft, ligt eruit. Omdat het toegewezen getal willekeurig is, kan een sterke speler een lastig nummer krijgen en vroeg sneuvelen.
Shanghai voor korte partijen
Shanghai duurt precies twintig rondes en soms veel korter. In ronde één gooi je op de 1, in ronde twee op de 2, enzovoort. Enkel telt één keer, dubbel twee keer, triple drie keer het getal. Wie in één beurt de enkel, de dubbel en de triple van hetzelfde getal raakt, wint direct: dat heet shanghai. Dat plotselinge einde maakt het spel spannend tot de laatste ronde.
Wat een spelvorm geschikt maakt
Drie eigenschappen bepalen of een spel in een zaal werkt. De beurten moeten kort zijn, zodat niemand lang stilstaat. De regels moeten in één zin uit te leggen zijn, want er komt altijd iemand halverwege bij. En de uitslag moet niet volledig door vaardigheid worden bepaald, anders speelt de rest na twee avonden niet meer mee. Alle zes vormen hierboven voldoen aan minstens twee daarvan.
Wie de telling van het klassieke spel wil begrijpen, leest de uitleg van de dartsregels. Wie een bord wil ophangen dat aan de officiële maten voldoet, vindt die in het stuk over de juiste dartmaten. En wie er een vaste avond met een poule van omheen wil bouwen, kan verder in het dossier over cafétoernooien en bokalen.