Biljarten: de basis voor beginners
De basis van biljarten in het café: het verschil tussen libre, driebanden en pool, de juiste keuhouding en wat een tafel nodig heeft.
De keu duwt, hij slaat niet. Wie dat begrijpt, wint zijn eerste partij.
Biljart staat in veel Nederlandse cafés al langer in de hoek dan het scherm aan de muur hangt. Toch weet lang niet iedereen wat er op zo'n tafel eigenlijk gespeeld wordt, want onder de naam biljarten gaan verschillende spelen schuil die elk een andere tafel en andere regels hebben.
Drie soorten tafel
Het carambolebiljart heeft geen zakken en wordt met drie ballen gespeeld. Je moet met je eigen bal de twee andere ballen raken; dat heet een carambole en levert een punt op. Pool heeft zes zakken en vijftien genummerde ballen, en is het spel dat de meeste mensen uit films kennen. Snooker heeft een veel grotere tafel en wordt in Nederlandse cafés zelden gespeeld, maar wel veel gekeken.
- Carambole: geen zakken, drie ballen, punt voor het raken van beide andere ballen.
- Libre: de eenvoudigste carambolevorm, waarbij alleen de hoeken worden begrensd.
- Driebanden: je bal moet minstens drie keer een band raken voor de carambole rond is.
- Pool: zes zakken, vijftien ballen, spelvormen als 8-ball en 9-ball.
De houding
De grootste fout van een beginner is kracht. Een keu is geen hamer: hij duwt de bal weg in een rechte lijn, en de snelheid komt uit een soepele beweging en niet uit een harde klap. De onderarm hangt loodrecht op het moment van raken, de bovenarm blijft stil, en het lichaam beweegt niet mee. Wie dat een half uur oefent, stoot al rechter dan iemand die er jaren hard tegenaan slaat.

Effect, kort uitgelegd
Raak je de bal precies in het midden, dan rolt hij recht. Raak je hem boven het midden, dan loopt hij door na de botsing. Onder het midden komt hij terug. Links of naast het midden geeft zijeffect, waardoor de bal na een band afwijkt. Voor een beginner is de belangrijkste les: begin altijd in het midden. Effect is een gereedschap voor later, niet voor de eerste avond.
Wat een tafel in een zaal nodig heeft
Een biljart vraagt ruimte die niemand ziet tot hij ontbreekt: rondom de tafel moet minstens een keulengte vrij zijn, anders kun je bepaalde stoten niet spelen. Verder heeft de tafel eigen verlichting nodig, laag boven het laken en zonder dat de speler zijn eigen schaduw op de bal werpt. En de tafel hoort niet in de kijkzone te staan, omdat een speler dan tussen het publiek en het scherm loopt. Die scheiding van zones staat in het stuk over een sportcafé inrichten.
Onderhoud dat niemand ziet
Een biljart is een meubel dat scheef gaat staan. Een tafel die niet waterpas ligt, laat de ballen onmerkbaar naar één kant lopen, en dat maakt elke stoot onbetrouwbaar zonder dat iemand snapt waarom. Een waterpas op het laken kost twee minuten en is de enige controle die er echt toe doet. Verder heeft een laken baat bij regelmatig borstelen in één richting, en hoort er niet op de band te worden gezeten: dat is de snelste manier om een tafel te vervormen.
De keus vragen minder aandacht, maar wel enige. Een pomerans die glad is geworden pakt de bal niet meer en veroorzaakt missers die de speler zichzelf aanrekent. Een krijtblokje bij de tafel lost dat op. En een kromme keu hoort uit het rek: hem laten hangen kost minder dan de discussies die hij veroorzaakt.
Het spel naast het kijken
Biljart en darts vullen elkaar goed aan in een zaal, omdat ze een verschillend tempo hebben. Darts is kort en luid, biljart is lang en stil. Samen vullen ze de uren waarop er niets op het scherm staat, en dat is meer dan de helft van de week. De spelvormen die daarbij horen staan in het overzicht van dartspellen, en de gewoonten rond het spel in het dossier over het rondje.